Paul Gheysens, de topman van vastgoedgroep Ghelamco, heeft officieel gereageerd op berichten dat hij het langverwachte golfproject in Knokke zou hebben verkocht aan zijn belangrijkste rivaal. In een stevig statement bestempelt hij de berichtgeving als “feitelijk onjuist” en uit hij zijn grote teleurstelling over de manier waarop het nieuws naar buiten is gebracht.
Aanleiding was een publicatie waarin gesuggereerd werd dat er een einde was gekomen aan de zogenaamde ‘Golfoorlog’ in Knokke-Heist. Dit decennialange geschil draait om de droom van Gheysens, die al 25 jaar een prestigieus project aan de kust wil realiseren, maar dat tot op heden niet van de grond heeft kunnen krijgen. Het bericht stelde dat de gronden zouden zijn overgedaan aan Peter Taffeiren, een belangrijke tegenstander van het plan.
Ghelamco ontkracht deze informatie krachtig. Het bedrijf benadrukt niet vooraf te zijn geraadpleegd voor verificatie, wat volgens hen tot de onjuiste conclusies heeft geleid. Tevens wordt een direct verband met de recente terugbetaling van een Poolse obligatie van de hand gewezen; deze transactie zou tijdig en volgens planning zijn afgewikkeld.
In plaats van een volledige verkoop schetst het bedrijf een strategie van voorzichtige samenwerking. Ghelamco volgt al enkele jaren een lijn waarbij voor specifieke projecten wordt gekeken naar partnerschappen met derden. Deze aanpak zou risicospreiding, bundeling van expertise en een efficiëntere realisatie mogelijk maken. Het bedrijf geeft aan dat dergelijke samenwerkingen, zowel nationaal als internationaal, reeds succesvol worden toegepast, ook in Polen.
“De interesse van externe partijen bevestigt de economische waarde en marktaantrekkelijkheid van onze projecten,” aldus het statement. “Dat geldt eveneens voor het golfproject, dat in overleg met alle stakeholders zijn traject volgt.”
Met deze reactie lijkt het laatste hoofdstuk van de ‘Knokke golfsoap’ dus nog niet geschreven. Het statement opent eerder de deur voor een nieuwe fase, waarin een gezamenlijke ontwikkeling van het project met meerdere partijen tot de mogelijkheden lijkt te behoren. De precieze invulling daarvan, en de rol die de voormalige ‘grote rivaal’ daarin zou kunnen spelen, blijft vooralsnog onderwerp van speculatie.




