“53 woningen weg?” Schepen De Groote gaat frontaal in dispuut met Gemeentebelangen over woonbeleid

De discussie over betaalbaar wonen in Heulebrug blijft de gemoederen verhitten in Knokke-Heist. Schepen van Financiën Piet De Groote (JA!) heeft nu uitgebreid gereageerd op de felle kritiek van oppositiepartij Gemeentebelangen. In een uitvoerige repliek legt hij uit welke strategische keuzes het bestuur maakt en waarom de coalitie van Inzicht en JA! bewust kiest voor een gemengd model van publieke en private samenwerking.

Stevige oppositiekritiek lokt uitgebreide reactie uit

De voorbije dagen liet oppositiepartij Gemeentebelangen van zich horen met scherpe kritiek op verschillende aspecten van het gemeentelijk beleid. De partij uitte niet alleen bezwaren tegen het meerjarenplan van het Autonoom Gemeentebedrijf voor Sociaal Overleg (AGSO), maar kaarte ook recente beleidsbeslissingen rond wonen aan. Centraal in die kritiek stond de bewering dat in Heulebrug maar liefst 53 betaalbare woningen zouden verdwijnen door keuzes van het huidige bestuur.

Deze beschuldiging raakte een gevoelige snaar, omdat betaalbaar wonen een van de meest prangende uitdagingen is in Knokke-Heist. De kustgemeente kampt al jaren met hoge vastgoedprijzen en een krappe woningmarkt, waardoor betaalbare huisvesting voor lagere en middeninkomens schaars is. De vermeende verdwijning van tientallen betaalbare woningen zou daarom een significante stap achteruit betekenen.

Schepen Piet De Groote liet het er niet bij zitten en kwam namens de meerderheidscoalitie van Inzicht en JA! met een uitgebreide weerlegging. In zijn repliek benadrukt hij dat betaalbaar wonen absoluut geen bijzaak is voor het bestuur, maar integendeel een blijvend speerpunt vormt in het gemeentelijk beleid. De Groote erkent dat het debat over wonen gevoelig ligt en dat er legitieme zorgen zijn bij inwoners en oppositie, maar hij vraagt tegelijkertijd om nuancering en om naar het volledige plaatje te kijken in plaats van te focussen op één geïsoleerd project.

Volgens de schepen wordt er selectief geciteerd en worden cijfers uit hun context gerukt om een negatief beeld te schetsen dat niet strookt met de realiteit van de inspanningen die het bestuur levert op het vlak van betaalbaar wonen.

Ambitieus woningbouwprogramma: 102 betaalbare units in Heulebrug alleen

Om zijn punt te illustreren presenteert De Groote concrete cijfers over de woonplannen in Heulebrug. Hij stelt dat er in deze deelgemeente alleen al de komende jaren niet minder dan 102 betaalbare woningen gerealiseerd zullen worden. Dit aantal contrasteert sterk met het beeld dat de oppositie schetst van een bestuur dat betaalbaar wonen laat varen.

Een eerste belangrijk project betreft de bouw van 24 woningen door de West-Vlaamse Intercommunale (WVI), een samenwerkingsverband van gemeenten dat zich onder meer bezighoudt met woonprojecten. Dit project startte in 2025 en heeft als specifiek kenmerk dat de woningen via een betaalbaar verhuurkantoor ter beschikking worden gesteld aan de doelgroep. Een betaalbaar verhuurkantoor is een constructie waarbij woningen worden verhuurd tegen een prijs die onder de marktconforme huurprijzen ligt, specifiek gericht op mensen met lagere en middeninkomens die anders de boot dreigen te missen op de reguliere huurmarkt.

Naast dit verhuurproject werd er ook een wooncoöperatie opgericht. Coöperatief wonen is een model waarbij bewoners gezamenlijk eigenaar zijn van een woonproject en zelf de touwtjes in handen houden. Dit democratische woonmodel combineert betaalbaarheid met gemeenschapsvorming en langetermijnzekerheid voor bewoners. De wooncoöperatie in Heulebrug moet onderdak bieden aan 54 gezinnen, een aanzienlijke bijdrage aan het betaalbare woonsegment.

Omvangrijke investering met sterke lokale partner

Het coöperatieve woonproject vergt een aanzienlijke investering van meer dan 16 miljoen euro. Een project van deze omvang kan moeilijk door één partij gedragen worden, zeker niet in tijden van stijgende bouwkosten en krappe gemeentebudgetten. Daarom werd gezocht naar partners die het project financieel en maatschappelijk willen ondersteunen.

Een cruciale rol is daarbij weggelegd voor de Zusters van de Onbevlekte Ontvangenis, een religieuze congregatie met een lange geschiedenis van maatschappelijke betrokkenheid. Deze congregatie, die in de gemeente Knokke-Heist geworteld is en er jarenlang actief was in onderwijs en zorg, brengt maar liefst 13 miljoen euro in het project in. Deze buitengewoon genereuze bijdrage illustreert de maatschappelijke betrokkenheid van de congregatie en hun bereidheid om concreet bij te dragen aan de oplossing van sociale uitdagingen in de gemeente waar zij decennialang actief waren.

Naast deze private inbreng dragen ook overheden bij. Zowel de provincie West-Vlaanderen als de gemeente Knokke-Heist storten elk 1,5 miljoen euro in het project. Deze publieke bijdragen tonen aan dat verschillende bestuursniveaus het belang inzien van betaalbaar wonen en bereid zijn daar financieel voor over de brug te komen.

Schepen De Groote benadrukt dat dit project zonder de samenwerking tussen de verschillende partners simpelweg niet mogelijk zou zijn geweest. De gemeente alleen had de 16 miljoen euro niet kunnen ophoesten zonder andere essentiële investeringen op te offeren. Door slim samen te werken met private en publieke partners ontstaat een hefboomeffect waarbij de gemeentelijke investering van 1,5 miljoen euro veel meer betaalbare woningen oplevert dan wanneer de gemeente in haar eentje had moeten opereren.

Pragmatische keuze voor publiek-private samenwerking

Het specifieke dossier dat aanleiding gaf tot de oppositiekritiek betreft een project waarbij het AGSO gronden ter beschikking stelt voor de bouw van 75 woningen. De geschatte bouwkost voor dit project bedraagt ongeveer 25 miljoen euro, een aanzienlijk bedrag dat de vraag oproept hoe dit gefinancierd moet worden.

Als de gemeente zou kiezen voor een volledig publiek project, zou zij deze investering van 25 miljoen euro volledig zelf moeten dragen. Dat zou betekenen dat elders in het budget fors moet worden geschrapt of dat de gemeente aanzienlijk meer zou moeten lenen, met alle risico’s en rentelasten van dien. In een context waarin de gemeente voor honderden miljoenen aan investeringen plant in infrastructuur, onderwijs en voorzieningen, is dit geen haalbare kaart.

Daarom heeft de meerderheid bewust gekozen voor een samenwerking met een private ontwikkelaar. Dit is geen unieke keuze en gebeurt in vele Vlaamse gemeenten waar de vraag naar betaalbaar wonen groot is maar de publieke middelen beperkt. Bij publiek-private samenwerking (PPS) worden gronden door de overheid ter beschikking gesteld aan een private partner, die op zijn beurt instaat voor de financiering en bouw van het project.

Cruciaal bij een dergelijke constructie zijn de afspraken die gemaakt worden over hoeveel woningen betaalbaar moeten blijven. In dit specifieke project werden duidelijke en bindende afspraken vastgelegd: 40 procent van de 75 woningen, in totaal dus 30 woningen, moet bestemd worden voor betaalbaar wonen. Deze 30 woningen zijn op hun beurt opgesplitst in twee categorieën.

Ten eerste zijn er 22 woningen die betaalbaar verkocht of verhuurd zullen worden. Betaalbaarheid betekent in dit geval dat de prijs of huur onder het marktniveau ligt en dat er inkomensvoorwaarden gelden voor kandidaat-kopers of -huurders. Ten tweede zijn er 8 woningen specifiek bestemd voor het sociale segment. Deze woningen zullen worden toegewezen via woonmaatschappij Zetus, een sociale huisvestingsmaatschappij die in de regio actief is en woningen toekent aan mensen met de laagste inkomens volgens strikte wachtlijstregels.

Volgens schepen De Groote laat dit model toe om met een relatief beperkte gemeentelijke inbreng een groot aantal betaalbare woningen te realiseren. Waar de gemeente bij volledig eigen regie 25 miljoen euro zou moeten investeren voor 75 woningen, kan ze nu met een fractie van dat bedrag (de waarde van de grond plus eventuele directe subsidies) toch 30 betaalbare woningen garanderen. De overige 45 woningen worden verkocht tegen marktprijzen, wat de private partner in staat stelt zijn investering terug te verdienen en het project rendabel te maken.

Woonbeleid in bredere investeringscontext

Schepen De Groote plaatst het woonbeleid nadrukkelijk in de bredere context van alle gemeentelijke investeringen. Een gemeente moet immers niet alleen zorgen voor voldoende woningen, maar ook voor degelijke rioleringen, veilige en kwalitatieve straten, goed onderwijs, brandweer- en politievoorzieningen, sport- en jeugdinfrastructuur, en culturele voorzieningen.

De gemeente Knokke-Heist plant de komende jaren voor maar liefst 308 miljoen euro aan investeringen. Dit is een enorm bedrag dat de ambitie van het bestuur illustreert, maar ook de financiële uitdaging. In dit investeringspakket zitten grote projecten zoals de vernieuwing van rioleringen en straatinfrastructuur, de bouw van een nieuw, modern brandweer- en politiegebouw dat voldoet aan hedendaagse veiligheids- en operationele normen, de renovatie en uitbreiding van schoolgebouwen om kwaliteitsvol onderwijs te blijven garanderen, de ontwikkeling van de sport- en jeugdsite De Taeye als ontmoetingsplek voor jongeren en sportclubs, en de herontwikkeling van het casino-Kursaal als cultureel en toeristisch ankerpunt.

Al deze projecten vergen aanzienlijke middelen. De gemeente moet daarom strategische keuzes maken over waar ze direct investeert en waar ze samenwerkt met andere partners. Het woonbeleid past in deze afweging. Door slim gebruik te maken van publiek-private samenwerking kan de gemeente meer bereiken met de beschikbare middelen en hoeft ze niet alle andere investeringen op te offeren aan één beleidsprioriteit.

Gespreide aanpak over deelgemeenten en over tijd

De Groote benadrukt dat het project in Heulebrug niet op zichzelf staat. Over de hele gemeente lopen projecten op gemeentelijke gronden waarbij verschillende formules worden gehanteerd: erfpacht (waarbij grond gemeentelijk eigendom blijft maar lange termijn wordt uitgegeven), betaalbare koopwoningen (met maximumprijzen en doorverkoopregels), betaalbare huurwoningen (via sociale huisvestingsmaatschappijen of betaalbare verhuurkantoren), en coöperatief wonen.

Deze mix van formules moet ervoor zorgen dat betaalbaar wonen niet geconcentreerd wordt in één wijk of deelgemeente, wat zou kunnen leiden tot sociale segregatie, maar gespreid wordt over het hele grondgebied. Zo ontstaat een evenwichtige sociale mix in alle wijken en worden kansarme en kansrijke gezinnen niet van elkaar gescheiden.

Ook in de tijd wordt de aanpak gespreid. Niet alle projecten kunnen tegelijk gerealiseerd worden, omdat de bouwsector beperkte capaciteit heeft, omdat projectontwikkeling tijd vergt, en omdat de financiële slagkracht van de gemeente grenzen kent. Door projecten te faseren ontstaat een stabiele pipeline van betaalbare woningen die over meerdere jaren wordt gerealiseerd.

Historische achtergrond: dossier opgestart in 2021, tweemaal stilgelegd

In zijn reactie wijst schepen De Groote ook op de voorgeschiedenis van het dossier. Hij merkt op dat de zoektocht naar een private partner voor het project in Heulebrug niet door de huidige meerderheid werd gestart, maar al in 2021 werd opgestart. Destijds maakte Gemeentebelangen, de partij die nu felle kritiek uit, zelf deel uit van het bestuur.

Tijdens die bestuursperiode werd de procedure om een private partner te vinden echter tweemaal stilgelegd. De redenen daarvoor worden niet gespecificeerd in De Groote’s reactie, maar dergelijke stopzettingen kunnen verschillende oorzaken hebben: onvoldoende geschikte kandidaten, ongunstige marktomstandigheden, politieke meningsverschillen, of wijzigende inzichten over de gewenste aanpak.

Pas in 2025, onder de huidige meerderheid van Inzicht en JA!, werd het dossier opnieuw vastgepakt en kwam er vaart in het proces. De Groote suggereert hiermee dat de huidige coalitie een dossier tot een goed einde brengt dat de vorige coalitie, waarvan Gemeentebelangen deel uitmaakte, niet wist af te ronden. Deze historische context geeft volgens de schepen een ironische dimensie aan de kritiek: de partij die nu wijst op 53 verdwenen woningen, heeft zelf in het verleden het dossier laten liggen.


Het debat over betaalbaar wonen in Heulebrug illustreert de spanning tussen idealen en realiteit in het gemeentelijk beleid. Waar de oppositie pleit voor maximale publieke regie en volledige betaalbaarheid, kiest de meerderheid voor een pragmatische aanpak waarbij publieke middelen strategisch worden ingezet en versterkt door private partners en maatschappelijke organisaties. De komende maanden zal blijken of deze aanpak het beoogde resultaat oplevert en of de beloofde 102 betaalbare woningen in Heulebrug daadwerkelijk gerealiseerd worden. Voor nu blijft het een politiek gevoelig dossier waarin beide kampen overtuigd zijn van hun eigen gelijk.